Minder broeikasgas uit de bodem of zelfs opname?

Aan de ene kant willen we veel geld uitgeven voor het ondergronds opslaan van CO2, aan de andere kant wordt vaak vergeten hoeveel CO2 er opgenomen kan worden door ecosystemen, of met relatief eenvoudige maatregelen in de landbouw in de grond gehouden kan worden.

Broeikasgas uit de bodem ontstaat door afbraak van organisch materiaal. Voor Nederland zijn veenbodems van groot belang. Voor de landbouw hebben we eeuwenlang de grondwaterstand verlaagd in onze veengebieden. Helaas breken bacteriën het veen dan af, en zetten het om in CO2. Zo verandert de bodem in een bron van CO2 en daalt de bodem. Er zijn op deze manier lagen veen van soms enkele meters verdwenen sinds de middelleeuwen.

Maar we kunnen het verlies van organische stof vertragen of zelfs omkeren, zodat de bodem CO2 opneemt. Er zijn verschillende manieren om dat te bereiken, met maatregelen in de landbouw, bosaanplant, of nog een stap verder, nieuwe aangroei van veen. Voor veenbodems is het doorgaans nodig om te zorgen dat ze nat blijven, met een hoge grondwaterstand. Onder de juiste omstandigheden kunnen we weer levend veen laten groeien, zodat er een langdurige opname van CO2 wordt gerealiseerd.

Maar van lang niet alle maatregelen weten we nog niet goed of ze werken, en als ze werken, hoeveel ze bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Zo kan een nattere veenboden soms leiden tot meer uitstoot van methaan, een sterker broeikas dan CO2. Het is zaak om echt te meten wat het effect van maatregelen is. Daarbij moet rekening gehouden worden met alle broeikasgassen, en ook met het gebruik en de levenscyclus van producten als het om landbouw gaat.

Kytalyk Carbon Cycle Research kan hierover adviseren. We kunnen door middel van metingen verifiëren wat de werkelijke broeikasgasuitstoot of -opname is wanneer er maatregelen genomen worden om uitstoot te verminderen. Aan de hand van modelstudies (o.a. Peatland-VU model) kunnen we de effecten van maatregelen ook evalueren.